De mens in beweging
Een lichaam gemaakt om te bewegen
Lopen, tillen, dragen, bukken, klimmen, hurken en rennen. Voor het grootste deel van de menselijke geschiedenis waren dit geen vormen van training, maar simpelweg onderdelen van het dagelijks leven.
Onze verre voorouders leefden als jagers en verzamelaars. Om voedsel te vinden, materialen te verzamelen, een veilige verblijfplaats te zoeken en zich door hun omgeving te verplaatsen, moesten zij bewegen. Niet noodzakelijk de hele dag op hoge intensiteit, maar wel regelmatig en op veel verschillende manieren.
Het menselijk lichaam heeft zich gedurende miljoenen jaren binnen zo'n actieve omgeving ontwikkeld. Onze spieren, botten, gewrichten en ons cardiovasculaire systeem reageren op belasting. We worden sterker door spieren te gebruiken, botweefsel past zich aan belasting aan en gewrichten behouden hun bewegingsmogelijkheden mede doordat we ze gebruiken.
Beweging was voor onze voorouders dan ook geen bewuste keuze om gezond te blijven.
Het hoorde simpelweg bij het leven.
En juist dat is in relatief korte tijd sterk veranderd.
De agrarische revolutie
Ongeveer 10.000 tot 12.000 jaar geleden begon op verschillende plekken in de wereld de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt.
Mensen vestigden zich vaker op één plek en voedsel kon op grotere schaal worden geproduceerd. Daarmee veranderde ook de manier waarop we bewogen.
We hoefden minder grote afstanden af te leggen om voedsel te verzamelen, maar het dagelijks leven bleef fysiek zwaar. Land bewerken, oogsten, bouwen, water halen, dieren verzorgen en materialen vervoeren vereisten nog steeds veel lichamelijke arbeid.
Onze beweging werd daardoor waarschijnlijk minder gevarieerd dan die van jagers en verzamelaars, maar een zittend bestaan was het allerminst. Eeuwenlang bleef lichamelijke inspanning simpelweg noodzakelijk om het dagelijks leven draaiende te houden.
De industriële revolutie
Vanaf de 18e en 19e eeuw begon dat opnieuw sterk te veranderen.
Machines namen steeds meer zwaar lichamelijk werk over. Transport werd efficiënter en productie verplaatste zich naar fabrieken. Later deden auto's, liften, roltrappen en allerlei huishoudelijke apparaten hun intrede.
Dat leverde enorme voordelen op. Werk werd efficiënter, afstanden werden gemakkelijker overbrugd en veel zware of gevaarlijke arbeid hoefde niet langer door mensen te worden uitgevoerd.
Maar er gebeurde tegelijkertijd iets anders:
bewegen werd steeds minder noodzakelijk.
Waar fysieke activiteit vroeger automatisch onderdeel was van het dagelijks leven, begonnen we steeds meer hulpmiddelen te gebruiken om juist minder lichamelijke arbeid te hoeven verrichten.
De technologische revolutie
De afgelopen decennia is die ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt.
Computers, smartphones, streamingdiensten, thuisbezorging, online winkelen, thuiswerken en steeds verdergaande automatisering hebben ons dagelijks leven gemakkelijker gemaakt dan ooit.
Voor veel mensen bestaat een normale dag tegenwoordig uit opstaan, in de auto of het openbaar vervoer stappen, enkele uren achter een computer zitten, weer naar huis reizen en 's avonds op de bank ontspannen.
Zelfs activiteiten waarvoor we twintig jaar geleden nog moesten opstaan of ergens naartoe moesten lopen, kunnen tegenwoordig vanaf een scherm worden uitgevoerd. We hoeven niet meer naar de videotheek voor een film. Niet naar de bank om geld over te maken. Niet naar een winkel om iets te kopen. En soms zelfs niet meer naar de supermarkt om eten te halen.
Technologie is daarin niet de vijand. Integendeel: ze heeft ons leven op talloze manieren verbeterd. Maar ons lichaam heeft die technologische ontwikkeling niet in hetzelfde tempo gevolgd.
Een oude biologie in een moderne omgeving
We hebben een lichaam dat uitstekend kan bewegen, maar een omgeving gecreëerd waarin bewegen steeds minder noodzakelijk is.
Dat betekent niet dat zitten automatisch slecht is of dat iedere moderne lichamelijke klacht simpelweg wordt veroorzaakt door te weinig beweging. Nek-, schouder- en rugklachten zijn complex en kunnen worden beïnvloed door allerlei lichamelijke, psychologische en sociale factoren.
Maar een dagelijks leven waarin weinig wordt bewogen en langdurig dezelfde houdingen worden aangenomen, betekent wel dat ons lichaam steeds minder wordt blootgesteld aan de variatie en belasting waarop het zich zo goed kan aanpassen. En daar ontstaat een interessante tegenstelling. Onze leefomgeving is in enkele duizenden jaren — en vooral in de laatste honderd jaar — enorm veranderd.
Evolutionair gezien is dat een oogwenk. Ons lichaam functioneert echter nog steeds volgens grotendeels dezelfde biologische principes. Spieren hebben belasting nodig om sterk te blijven. Botten reageren op mechanische belasting. Gewrichten hebben baat bij regelmatige beweging. Onze conditie neemt af wanneer het cardiovasculaire systeem nauwelijks wordt uitgedaagd.
Van vanzelf bewegen naar bewust bewegen
Misschien is dat wel de grootste verandering. Onze voorouders hoefden geen tijd vrij te maken om te bewegen. Hun omgeving zorgde ervoor dat ze dat vanzelf deden. Wij moeten beweging steeds vaker bewust organiseren.
We gaan wandelen omdat we de hele dag hebben gezeten. We doen krachttraining omdat ons werk onze spieren nauwelijks belast. We trainen onze conditie omdat we vrijwel overal met de auto, fiets of het openbaar vervoer naartoe kunnen. En we doen mobiliteitsoefeningen omdat sommige gewrichten gedurende de dag nauwelijks meer door hun volledige bewegingsmogelijkheden worden gebruikt.
De sportschool is daarmee eigenlijk een opvallend modern verschijnsel: we hebben lichamelijke inspanning grotendeels uit ons dagelijks leven verwijderd en creëren vervolgens een aparte plek om die inspanning weer terug te brengen.
Beweging hoeft geen training te zijn
Gelukkig betekent meer bewegen niet automatisch dat iedereen vijf keer per week naar de sportschool moet. Het lichaam maakt geen onderscheid tussen een officiële workout en het dagelijks gebruiken van je lichaam.
Wandelen, fietsen, traplopen, tuinieren, spelen met je kinderen, regelmatig van houding veranderen en af en toe iets tillen of dragen zijn allemaal vormen van beweging. Krachttraining, sport en gerichte mobiliteit kunnen daar vervolgens waardevolle aanvullingen op zijn.
Misschien moeten we beweging daarom niet alleen zien als iets wat we doen om fit te worden, calorieën te vetbranden of prestaties te verbeteren.
Bewegen is een normale biologische behoefte van het menselijk lichaam.
Onze moderne omgeving maakt het ons steeds gemakkelijker om die behoefte te negeren. Goed voor je lichaam zorgen betekent daarom soms juist bewust terugbrengen wat vroeger vanzelfsprekend was:
regelmatig bewegen, het lichaam belasten en voldoende variatie aanbrengen in hoe we onze dag doorbrengen.